Museum Catharijneconvent verwerft bijzonder protestants erfgoed
Op de TEFAF in maart dit jaar, reserveerde Museum Catharijneconvent bij een Londense kunsthandelaar twee bijzondere portretten van Cornelis Jonson van Ceulen. Vandaag maakte het museum bekend dat de aankoop kon worden gerealiseerd, met steun uit het BankGiro Loterij Aankoopfonds van de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en de Vereniging Vrienden van Museum Catharijneconvent. Het museum toont de nieuwe aanwinsten op dit moment in de presentatie Het Woord in de Gouden Eeuw. Lees hier de toelichting door de Vereniging Rembrandt.
![temp. Portret Willem Thielen [png] temp. Portret Willem Thielen [png]](images/uploaded/121/editorial/id=1288.png)
Portretten van Willem Thielen (1596–1638), predikant van de Nederlandse Kerk in Londen, en zijn echtgenote Maria de Fraeye (1605–1682), 1634.
Cornelis Jonson van Ceulen I (Londen 1593 – 1661 Utrecht)
Schilderijen op paneel, 78.7 x 62.7 cm, gesigneerd en gedateerd rechts onder ‘C.J. fecit- 1634’. Museum Catharijneconvent, Utrecht. Verworven met steun uit het BankGiro Loterij Aankoopfonds van de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en de Vereniging vrienden van Museum Catharijneconvent.
Cornelis Jonson van Ceulen
Cornelis Jonson van Ceulen (1593-1661) was een in Londen geboren portretschilder van Nederlandse afkomst. Hij genoot in de zeventiende eeuw een aanzienlijke reputatie, eerst in Engeland en vanaf zijn komst naar de Republiek in 1643 ook in ons land. In de competitieve markt voor portretopdrachten in Nederland, bracht hij zijn Londense afkomst en in Engeland gevestigde reputatie soms in stelling als ‘unique selling point’, door werk te signeren als ‘Cornelius Jonson van Ceulen Londini’. Hij is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse portretschilderkunst doordat hij met zijn eigen stijl en composities, beïnvloed door de Vlaamse meester Anthonie van Dijck (destijds ook werkzaam in Londen), vernieuwingen in de portretkunst introduceerde.
Een aanwinst voor het Nederlandse openbare kunstbezit
In Nederlandse musea zijn van Cornelis Jonson van Ceulen ruim twintig eigenhandige schilderijen aanwezig uit de periode na 1643, toen hij definitief naar Nederland was teruggekeerd. Uit de vijfentwintigjarige Engelse carrière van de – in de eigen tijd zo invloedrijke en gerenommeerde - portretschilder, bevond zich in Nederlands openbaar kunstbezit tot dusver geen enkel schilderij. De verwerving van de portretten van het echtpaar Thielen-De Fraeye brengt daar nu verandering in, waarbij de beide schilderijen bovendien worden beschouwd als topstukken uit het Engelse oeuvre van de kunstenaar.
Moederkerk van het Nederlandse protestantisme
Over de geportretteerden valt veel te vertellen. Willem Thielen was predikant van Austin Friars, de Nederlandse kerk in Londen die nog altijd bestaat. Voor Museum Catharijneconvent, als museum voor de kunst, cultuur en geschiedenis van het Christendom in Nederland, is dat een belangrijk gegeven. Deze kerk neemt immers een bijzondere plaats in binnen de geschiedenis van het Nederlands protestantisme: zij werd door vluchtelingen uit de Lage Landen gevestigd in 1550 en is daarmee de oudste Nederlandstalige kerkgemeente ter wereld. Ook bij de organisatie van de protestantse kerk in Nederland speelde Austin Friars een belangrijke rol; bij de eerste synoden refereerde men dan ook aan de ‘Nederduytsche ghemeynte te Londen’ als ‘moederkerk’.
Oude gezichten met een actuele betekenis
Dat zo’n belangrijk aspect van onze nationale geschiedenis en culturele identiteit als het Nederlands protestantisme zijn oorsprong vond buiten onze landsgrenzen, in een Nederlandstalige gemeenschap van (nota bene) vluchtelingen en immigranten, geniet nauwelijks publieke bekendheid. Waar Museum Catharijneconvent zich mede tot doel stelt met zijn collectie de geschiedenis van het Christendom in Nederland te verbinden aan de actualiteit en context te verlenen aan het maatschappelijk debat, biedt het verhaal achter deze portretten een unieke gelegenheid om de druk op de multiculturele samenleving en religieuze tolerantie in ons land in breder perspectief te plaatsen.
Een kleindochter herenigd met haar grootvader
Maria de Fraeye is een afstammeling van de Middelburgse humanist, koopman en geleerde Johan Radermacher I (1538-1617), die is afgebeeld op een topstuk in de collectie van Museum Catharijneconvent: Maerten de Vos’ Mozes met de wetstafelen, omringd door de families Panhuys en Hooftman uit ca. 1575. Met de verwerving van het portret van Maria, is dus ook een kleindochter herenigd met haar beroemde grootvader.
Bijzonder is verder de kleding van Maria, die de Engelse dracht combineert met een meer traditioneel Nederlands kostuum. Opvallend is vooral de hoed, die in de Republiek gold als een statussymbool voor mannen en daar niet door vrouwen werd gedragen.
Succesvol nieuw verzamelbeleid
Dat deze aankoop mede mogelijk werd gemaakt door toonaangevende financiers als het Mondriaan Fonds en de Vereniging Rembrandt, is voor het museum een belangrijke toetssteen voor de kwalitatieve ontwikkeling van zijn aanwinstenbeleid. Na Abraham Bloemaerts katholieke altaarstuk De vier kerkvaders verheerlijken de Eucharistie (1632) en de middeleeuwse Piëta-sculptuur (ca. 1425) uit Bohemen of Zuid-Duitsland, werd met de verwerving van de portretten van de predikant Thielen en zijn echtgenote voor de derde keer in anderhalf jaar tijd een aankoop gerealiseerd met steun van deze en andere nationale fondsen. Inhoudelijk directeur Ruud Priem: “Museum Catharijneconvent ervaart deze steun als een geweldige stimulans voor de ingezette koers van het verzamelbeleid, die nadrukkelijk is gericht op de versterking van onze kerncollecties en de meerwaarde van aanwinsten voor de Collectie Nederland.”
Belang voor Museum Catharijneconvent
De portretten zijn een belangrijke versterking voor de kerncollectie Schilderkunst uit de vijftiende t/m de zeventiende eeuw en het profiel van Museum Catharijneconvent als de voornaamste bewaarplaats voor het protestants Nederlands erfgoed. In het museum verlenen ze een internationale context aan de rijke verzameling zeventiende-eeuwse portretten van predikanten en pastoors, geschilderd door meesters als Jacob Backer en Frans Hals.